Chemische bestrijding - niveau 3/4

Bestrijdingsmiddelen worden veelvuldig gebruikt in de bollenteelt voor het ontsmetten van de bodem voor het planten en de bollen zelf, grondbehandeling en bespuitingen van het gewas (met fungiciden, herbiciden en insecticiden), en behandeling van bollen (met insecticiden) tijdens de opslag. De volgende opdrachten gaan over het gebruik van middelen, veiligheid en de techniek achter spuitdoppen.

 

1. Opdracht: Informatie op het etiket

 

Het etiket van een gewasbeschermingsmiddel geeft belangrijke informatie over het veilig toepassen van het middel. Lees het daarom altijd goed. Als je meer wilt weten, kun je de veiligheids-informatiebladen raadplegen. Deze worden verstrekt door de producenten van gewasbeschermingsmiddelen. Je vindt de veiligheidsbladen ook op de website van Nefyto (Fytostat).

 

Hier zie je een afbeelding van het middel Admire. Bekijk het veiligheidsblad en etiket op Fytostat.

Voor welke gewassen in de bollenteelt is dit middel toegestaan?
Tegen welke ziekte of plaag werkt het middel?
Welke bescherming moet je gebruiken om dit middel toe te passen?
Hoeveel gram per liter moet je toevoegen als dosering van dit middel bij het gewas?
Zoek nu op het stagebedrijf nog een ander middel dat wordt gebruikt in de teelt. Beantwoord de bovenstaande vragen ook voor dit middel met behulp van de website van Fytostat.
Zoek op wat STORL-verpakking betekent.

 

 

 

 

 

2. Opdracht: Welke middelen zijn toegestaan

In Nederland mogen alleen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt die zijn toegelaten op grond van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962. Het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen (Ctgb) bepaalt welke middelen worden toegelaten. In de Bestrijdingsmiddelendatabank van het Ctgb kun je alle middelen nazoeken.

Zoek in de Bestrijdingsmiddelendatabank op de website van het Ctgb naar het middel Milbeknock. Voor welke teelten in de bollenteelt is dit middel toegelaten?
Op welke manieren mag je het middel Milbeknock toepassen (soort spuit, doppen etc.)

 

Bij chemische bestrijdingsmiddelen kan je onderscheid maken tussen breedwerkende en selectieve middelen en tussen contactwerkende en systemisch werkende middelen.

Voor het beantwoorden van de volgende vragen mag je contact opnemen met een handelaar in gewasbeschermingsmiddelen.

Ga na en schrijf op wat het verschil is tussen breedwerkende en selectieve middelen.
Ga tevens na wat het verschil is tussen contactwerkende en systemisch werkende middelen.

 

Bij gewasbeschermingsmiddelen heb je ook te maken met een onderscheid in werking tegen bepaalde ziekten of plagen. Zo wordt er onderscheid gemaakt in de volgende groepen:  

 

Zoek van de bovenstaande groepen op tegen welke soort ziekte / plaag de middelen bedoeld zijn.

 

 

 

 

3. Opdracht: Spuitdoppen en betekenis codes

Er zijn diverse fabrikanten van spuitdoppen. Deze doppen worden in kassen gebruikt in apparaten als horizontale en verticale spuitbomen en eventueel rugspuiten. Daarbij zijn er ook diverse typen doppen in gebruik bij telers, want voor een verticale spuitboom worden over het algemeen andere soorten doppen gebruikt dan bij een rugspuit.

Beschrijf welke 3 typen spuitdoppen er zijn. Noem bij elke dop de voor- en nadelen voor het gewas en voor het milieu. Kijk zo nodig op Weg kwijt door alle typen doppen.
Schrijf op welke gegevens er op de onderstaande dopcodes staan. De informatie daarvoor kun je vinden op de onderstaande websites.
 
  • Teejet DG 8004 VS
  • Teejet AI 11003 VK
  • Teejet 8003 EVS
  • Teejet TXA 8004 VK
  • Lechler ID 12004, kleur rood
Schrijf op van welke factoren het kan afhangen welke doppen er worden gebruikt.

 

Elke spuitdoppenfabrikant geeft op internet aan voor welke toepassingen hun doppen geschikt zijn. Op de website van leverancier van spuitapparatuur John Deere bijvoorbeeld is een adviesmodule voor de keuze van de juiste spuitdop, de 'Spuitdop Selector'. Na het kiezen van de druppelgrootte, waterhoeveelheid en rijsnelheid geeft de module een of meer juiste doppen aan. Het advies omvat alleen doppen van de merken Teejet en Lechler.

Kijk op de website van John Deere welke doppen je kunt gebruiken bij het spuiten van 400 liter/hectare met een rijsnelheid van 6 km/uur en druppelgrootte middelgrof.

Op de volgende websites is eventueel meer informatie te vinden:

 

 

4. Opdracht: Uitrekenen van hoeveelheid middel

Bekijk het filmpje van een veldspuit. Voor het uitrekenen van de benodigde hoeveelheid middel voor het uitvoeren van gewasbescherming geven een aantal fabrikanten tabellen uit waarin variabelen staan als rijsnelheid, doptype, werkdruk en hoeveelheid liter per hectare. Maar als zo'n tabel niet voorhanden is moet je ook zelf een berekening kunnen uitvoeren.

Om de benodigde hoeveelheid middel uit te kunnen rekenen voor bijvoorbeeld een getrokken veldspuit heb je de volgende getallen nodig:

 

De rekenformules voor het uitrekenen van de gegevens zijn:


liter / minuut = km / uur x liter / hectare x werkbreedte
600

liter / hectare =
liter / minuut x 600

werkbreedte x km / uur

km / uur =
liter / minuut x 600

werkbreedte x liter / hectare


Let op: Bij de formules is het getal 600 een vast gegeven!!

Reken nu de volgende sommen uit.

A. Je gaat een middel spuiten met een veldspuit.
 
  • Je veldspuit heeft een werkbreedte van 24 meter.
  • De dopafstand op de spuit is 50 centimeter.

Met deze gegevens weet je hoeveel doppen er op de veldspuit zitten.

  • De dop die gebruikt wordt is de Teejet DG 8005 bij een werkdruk van 3 bar (zie voor meer info de doppentabel).

Nu kun je de totale hoeveelheid aan liters per minuut uitrekenen.

  • De rijsnelheid van de trekker is 5 km / uur.

Reken uit hoeveel liter per hectare er gespoten wordt.

B. Je gaat nog een middel spuiten met een veldspuit.
 
  • Je veldspuit heeft een werkbreedte van 32 meter.
  • De dopafstand op de spuit is 50 centimeter.
  • Je spuit in totaal 400 liter per hectare.
  • De rijsnelheid van de trekker is 4 km / uur.
  • Je wil gaan spuiten met een werkdruk van 2 bar.

Hoeveel liter per minuut moet je spuiten?

Zoek in de doppentabel op met welke TP Teejetdop je het beste kunt gaan spuiten.
Tip: Je moet dus opzoeken hoeveel doppen er op de spuitboom zitten.

Zet de berekeningen in een rekenblad (bijv. MS Office Excel).
 
  • Om de berekeningen te kunnen bewaren kun je de bovenstaande rekensommen in een rekenblad op je pc zetten. Een voorbeeld van het uitrekenen van de rijsnelheid kun je achter deze link vinden.

 

 

 

5. Opdracht: Veilig werken met bestrijdingsmiddelen

Voordat je gaat werken met chemische gewasbeschermingsmiddelen moeten er diverse veiligheidsmaatregelen op het bedrijf worden genomen. Voor de opslag van bestrijdingsmiddelen tot maximaal 400 kilogram geldt een zorgplicht. Deze staat beschreven in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden.

 

Lees de tekst Opslag bestrijdingsmiddelen van Infomil door. Schrijf op in je eigen woorden wat er bedoeld wordt met die zorgplicht.

 

Wanneer met chemische middelen wordt gewerkt moet er een bestrijdingsmiddelenkast op het bedrijf aanwezig zijn.

 

Welke eisen zou je stellen aan de bestrijdingsmiddelenkast en de plek waar deze komt te hangen? Probeer dit eerst zelf te bedenken en lees daarna de tips van leverancier Brinkman hiervoor. Noteer deze tips op je antwoordformulier.

 

Ga nu ook eens zelf na welke maatregelen je moet nemen bij het klaarmaken en gebruiken van het middel Securo voor het dompelen van de bollen (etiket, veiligheidsblad).

 

Kijk nogmaals naar het veiligheidsblad van de vorige vraag. Stel dat een teler iets van het middel via zijn mond heeft binnengekregen. Je ziet dat gebeuren. Wat moet je dan voor maatregelen nemen?

Bekijk de richtlijnen voor het gebruik van filters bij een spuitmasker. Hoe lang is een filter te gebruiken bij een dagelijks gebruik van 2 uur?

Kijk op www.erkenningen.nl en schrijf op hoe je een spuitlicentie kunt krijgen.

Als je spuit heb je vaak te maken met emissie van de middelen. Zoek en schrijf op wat het woord emissie betekent.

 

De verschillende emissieroutes waarlangs bestrijdingsmiddelen in de bollenteelt in het oppervlaktewater terechtkomen zijn drift, uitspoeling, lozingen van het erf en afspoeling. Drift is de hoeveelheid spuitvloeistof die tijdens bespuiting naar het oppervlaktewater verwaait. Uitspoeling ontstaat wanneer een deel van het toegepaste bestrijdingsmiddel onder invloed van neerslagoverschot door het bodemprofiel naar het oppervlakte water wordt getransporteerd. Emissies van het erf worden veroorzaakt door allerlei activiteiten die daar plaats vinden: ontsmetten (door lekken of morsen van ontsmettingsmiddel uit ontsmettingsbad), het te kort laten uitdruipen van de bollen waardoor tijdens het vervoer bestrijdings middel van de bollen druipt en af kan spoelen naar het oppervlaktewater, etc. Afspoeling treedt op als een stof direct van het perceel afvloeit naar het oppervlaktewater.

Bekijk onderstaande afbeelding. Beschrijf op welke manieren je deze vormen van emissie kan voorkomen. Zoek zo nodig op internet.

 

 

6. Opdracht: Tijdstip van spuiten

'Kan ik het beste ’s ochtends of ’s avonds spuiten?' Dat is een belangrijke vraag. De weersomstandigheden voor, tijdens en na een bespuiting hebben namelijk grote invloed op het uiteindelijke effect van die bespuiting. Dit heeft te maken met de werking van het middel en met de invloed van het weer op ziekte, plaag of plant.

Om dit te snappen moet je weten hoe het middel werkt bij het gewas.

 

Kijk op Fytostat of op de Bestrijdingsmiddelendatabank.

Zoek op bij welke weersomstandigheden het herbicide RoundUp (glyfosaat) het beste kan worden gespoten.
Zoek op bij welke weersomstandigheden het acaricide Milbeknock het beste kan worden gespoten.
Zoek op bij welke weersomstandigheden het fungicide Rovral het beste kan worden gespoten.

 

 

7. Opdracht: Opstellen van een gewasbeschermingsplan

Stel; je bent bedrijfsleider van een bollenteeltbedrijf. De wet zegt dat iedere kweker vanaf 1 januari 2005 een gewasbeschermingsplan moet hebben. Het is jouw taak dat gewasbeschermingsplan op te stellen. Kies eerst welk soort bedrijf je hebt. Je mag deze opdracht uitvoeren voor je stagebedrijf. Heb je geen stagebedrijf, dan kun je kiezen uit de volgende bedrijven:

  1. Narcissenteeltbedrijf en veredelaar - W.F. Leenen & Z.N. Dit bedrijf heeft diverse percelen in Nederland, voor het gewasbeschermingsplan mag je uitgaan van de percelen direct rondom het bedrijf, 16 hectare.
  2. Leliekwekerij - De Plas, 5,5 hectare onder glas.
  3. Tulpenbroeierij - Pronk Tulpen BV, 40 hectare en 15 miljoen stelen per jaar

Lees de tekst over het Opstellen van een gewasbeschermingsplan op de site van de CAV. Vul dan een gewasbeschermingsplan in met behulp van de toelichting op deze website. Als je bepaalde gegevens over de geteelde gewassen niet op de site van het voorbeeldbedrijf vindt mag je ze zelf bedenken.

 

Vul het gewasbeschermingsplan van het gekozen (stage)bedrijf in. Gebruik daarvoor het volgende schema. Lees eventueel de volgende instructie voor het invullen van het plan.

 

Bekijk de volgende pagina op de beeldenbank ziekten, plagen en onkruiden over ziekten en plagen in de bloembollenteelt.

 

Kies uit de pagina 3 plagen of ziekten. Je mag kiezen uit verschillende gewassen. Zoek voor de 3 plagen of ziekten de biologische, preventieve en/of curatieve methode van bestrijden. Let wel op dat bij de gewassen verschillende bestrijdingsmethoden mogelijk kunnen zijn. Vul de bestrijdingsmethoden in op het antwoordenformulier.

 

 

8. Opdracht: Milieumeetlat

Met de Milieumeetlat kan een teler middelen vergelijken wat betreft hun effect op het milieu. Als voorbeeld ga je 3 middelen vergelijken.

Hieronder staan de namen van 3 middelen die ingezet kunnen worden tegen bladluizen bij bloembollen:

 

Zoek op de website van Nefyto (Fytostat) op welke dosering je gaat gebruiken op 1 hectare. Je spuit met 500 liter water per hectare. Schrijf deze doseringen op.

 

 

Ga nu naar de Milieumeetlat Open Teelten.

Vergelijk de middelen op de Milieumeetlat. Schrijf op welk middel de minste schade veroorzaakt voor het milieu.
Desondanks zal een kweker moeten kiezen uit meerdere middelen. Zoek op internet op waarom een kweker meerdere middelen tegen een ziekte of plaag moet inzetten.

 

 

 

 

9. Opdracht: Test je kennis

Weet je genoeg van de chemische gewasbescherming in de glastuinbouwsector? Klik in het linkermenu op Webquiz en test jezelf. Als je antwoorden fout zijn, klik dan op Tip en zoek op de website tot je het goede antwoord hebt.

 

 

 

10. Opdracht: Wat heb je geleerd?

Welke kennis en vaardigheden heb je geleerd in bovenstaande opdrachten? Kruis aan en vul verder aan op je antwoordvel:

0 informatie zoeken op internet

0 rapporteren en presenteren

0 samenwerken

0 kritisch lezen

0 ....................................................

0 ....................................................